Boeddha, betekenissen van Beelden
Boeddhabeelden vervullen een belangrijke rol in het boeddhisme. Iedereen ziet wel via de televisie of plaatjes wat er wordt verstaan onder een Boeddhabeeld. Je vindt Boeddhabeelden met een rustgevende uitstraling, vaak in meditatiezit, in tempels en thuis bij mensen. De beelden zijn dan omgeven met licht, kaarsen, wierook, bloemen en schaaltjes met offergaven. Mensen brengen eer aan Boeddha (en aan de Boeddha in zichzelf) door een buiging voor hem te maken. Ze houden daarbij hun handen voor hun borst, de handpalmen naar elkaar en de duimen naar binnen gekeerd.
Behandel een Boeddha altijd netjes en met eerbied en respect. Plaats hem nooit op de grond.
Zet hem met het gezicht naar de deur, zodat je hem ziet als je binnenkomt.
8 Mei is de Jaardag van Boeddha. Het is traditie op die dag een kaars voor hem te branden en dan mag je een speciale wens doen.
Een gekregen Boeddha geeft meer geluk omdat de intentie van het geven het beeld meer waarde toekent. Je kunt heel goed jezelf een Boeddhabeeld cadeau geven als de intentie
goed is en je het beeld behandelt met respect

Meditatiezit
Het beeldje op bovenstaande foto toont Boeddha in meditatiezit terwijl hij met de vingers van zijn rechterhand de aarde aanraakt.
Toen Boeddha bijna de verlichting bereikt had, probeerde kwade machten hem van deze verlichting af te houden. Boeddha raakte met zijn rechterhand de aarde aan om deze als getuige op te roepen voor de waarheid van zijn woorden. Het is het moment dat Siddhartha (de prins) Boeddha (de Verlichte) werd.

Yogiman (Orang Malu)
De Yogiman vindt zijn oorsprong in landen als Indonesië en India en stelt een in zichzelf gekeerde, mediterende man voor. Hij wordt ook wel de the weeping Buddha genoemd, de Boeddha die huilt om het leed van de wereld. Maar de Yogiman is in zijn hart gelukkig, hij heeft vrede met zichzelf gevonden. Als je zijn hoofd naar je toekeert en hem beter aankijkt, dan ontdek je ook zijn lachende gezicht: de handen zijn tanden, het hoofd is zijn neus en de oren zijn de ogen. Aan de achterkant van de Yogiman ontdek je de vorm van een hart, dit staat voor leven en kracht. Aan de zijkant (de armen) zie je de vorm van een foetus, dit staat voor reinheid en een nieuw begin. Van de Yogiman wordt gezegd dat hij al het kwade buiten de deur houdt wanneer hij met zijn rug naar de deur (hoofdingang) toe wordt geplaatst. Door dagelijks de Yogimans rug te aaien en door de Yogiman goed te behandelen worden volgens de legenden je zorgen weggenomen en groeit het zelfvertrouwen.

Lachende Boeddha
Lachende Boeddha, ook wel dikbuik Boeddha genoemd.
Chinees boeddhistisch godenbeeld van rijkdom, voorspoed en geluk.
Chinese naam: Pu-Tai-Ho-Shang
De lachende Boeddha staat voor geluk, blijheid, succes, welvaart en voorspoed.
Men gelooft dat het meer geluk brengt als je af en toe over de dikke buik van de Boeddha wrijft.
Vanaf het moment dat men de Boeddha begon af te beelden, golden regels voor zijn uiterlijk. Hierdoor is in de gehele boeddhistische wereld een Boeddha altijd als de Boeddha te herkennen. Natuurlijk varieert de stijl per gebied en periode.
- een bolvormige uitwas op het hoofd, als symbool van zijn grotere inzicht. Dit bolvormige uitstulpsel is waarschijnlijk afkomstig van een aloude hindoeïstische gewoonte van asceten om hun haar in een knot op hun hoofd te binden. De Boeddha zelf heeft ook een aantal jaren als asceet geleefd.
- lange oorlellen, als teken van zijn koninklijke afkomst (deze zijn veroorzaakt door het dragen van zware oorsieraden)
- de beelden hebben de ogen altijd geloken, een houding van ingekeerdheid, ofwel een meditatie houding.
Wat betekenen de diverse houdingen van de handen van Boeddhabeelden?
Een van de karakteristieken van beelden van de Boeddha en andere boeddhistische figuren, is de houding van de handen, de mudra. Iedere mudra heeft een eigen betekenis. Er zijn veel verschillende mudra's, maar de meeste voorkomende handhoudingen zijn de volgende:
Dharmachakramudra
1) Twee handen voor de borst (dharmachakramudra) met de wijsvinger- en duimtoppen tegen elkaar gedrukt: deze houding symboliseert het draaien (oftewel het in beweging zetten) van het wiel van de Leer. Deze houding zie je vooral bij beelden die de historische Boeddha, Shakyamuni, voorstellen op het moment van de eerste prediking, en beelden van de hemelse Boeddha van het Centrum (van het heelal), Vairochana genaamd.
Bhumisparshamudra
2) Rechterhand omlaag met vingers naar beneden en de handpalm naar het lichaam gekeerd
(bhumisparshamudra): deze houding symboliseert de 'aanraking van de aarde'. Deze houding verwijst naar het moment dat de historische Boeddha de verlichting bereikte en daarbij de Aarde als getuige aanriep.
Ook typeert deze houding de hemelse Boeddha van het Oosten, Akshobhaya.
Varadamudra
3) Rechterhand omlaag, vingers naar beneden en de handpalm naar buiten gekeerd (varadamudra): Dit is de handhouding van zegen en vrijgevigheid. Hij toont de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteiten van zegenen, vrijgevigheid en afstandelijkheid. Ook hoort deze houding bij de hemelse Boeddha van het Zuiden, Ratnasambhava.
Dhyanamudra
4) Beide handen in elkaar gevouwen in de schoot (dhyanamudra): dit is de houding van meditatie, en toont de historische Boeddha in dagelijkse meditatie. En daarnaast is deze houding verbonden met de hemelse Boeddha van het Westen, Amitabha
Abhayamudra
5) Rechterhand opgeheven tot de hoogte van de borst, met de handpalm naar buiten gekeerd (abhayamudra): dit is de handhouding van geruststelling. Hij hoort bij de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteit van geruststelling, en bij de hemelse Boeddha van het Noorden, Amoghasiddhi.
Vitarkamudra
6) Rechterhand opgeheven, handpalm naar buiten gekeerd met duim en wijsvinger naar elkaar toe gebogen (vitarkamudra): dit is de houding van redenering, onderwijzen en discussie. Gewoonlijk zie je die bij voorstellingen van de historische Boeddha in allerlei scθnes van prediking.
|